Goede zorg doen we samen

Nieuw leven

Mohammad_Al_Hariri-Moulham_Al_Boushi_345_200_s_c1
FOTO: MOULHAM AL BOUSHI  TEKST: JOYCE NELSON & NELLY VAN DE PAS

We zijn in gesprek met Mohammad Al Hariri. Mohammad (41 jaar) vertelt: “Ik kom uit Daraa. Een stad in het zuiden van Syrië. Ik werkte daar als advocaat. Mijn vrouw was lerares Engels op de Internationale School. In 2012 zijn we gevlucht voor de oorlog. We hebben alles achtergelaten. Ik mis veel van mijn geboorteland. Vooral mijn werk, de taal, ja eigenlijk alles. Maar ik ben blij dat we in Nederland mogen wonen. Het verschil in cultuur vind ik geen probleem. Ik probeer zoveel mogelijk te leren.”

Vertrouwen in de toekomst

Mohammad vertelt verder: “Drie jaar hebben mijn vrouw en ik in Jordanië geleefd. In een vluchtelingenkamp. Dat was heel moeilijk. Het was een heel groot kamp. En de omstandigheden waren slecht. Daarna volgde een lange reis via vele landen. In 2015 kwam ik in Nederland aan. Mijn vrouw volgde later. Sinds maart 2017 woon ik met vrouw en (3) kinderen in Breda. Ik heb de inburgeringscursus gedaan en ben geslaagd voor het examen. Ik heb al regelmatig als vrijwilliger gewerkt. Na de coronatijd hoop ik snel een baan vinden. Om nog beter Nederlands te leren spreken. En om de Nederlandse cultuur goed te begrijpen. De kinderen spreken al goed Nederlands. En mijn vrouw is bijna klaar met de inburgeringscursus. ik kijk vol vertrouwen naar de toekomst. Ik hoop ooit nog mijn oude beroep als advocaat te kunnen uitoefenen.”

Elke dag Vluchtelingendag

Mohammad heeft duidelijke ideeën over het vluchtelingenprobleem. Hij vertelt: “Al 20 jaar zoekt de Verenigde Naties oplossingen voor het vluchtelingenprobleem. En elk jaar zijn er meer mensen op de vlucht. Eigenlijk zou het elke dag Vluchtelingendag moeten zijn. Het vluchtelingenprobleem is een probleem van de hele wereld. De Verenigde Naties kunnen ervoor zorgen dat landen meer samen gaan werken. Samen een einde maken aan oorlogen, dictaturen en honger. Want daarvoor vluchten mensen. Als het in een land goed gaat blijven mensen in hun eigen land wonen.”