Goede zorg doen we samen

Veteraan Rien Engel vertel

A._Veteraan_Rien_Engel-Jille_Zuidema_345_200_s_c1
FOTO: JILLE ZUIDEMA  TEKST: LIESBETH DE JONG

“Mijn vader was opzichter op een plantage. Ik zat in Bandung op school. De middelbare school ging vanwege ‘De Jap’ niet door. Die zaten er van ‘42 tot ’45. We kregen klappen. Ze deden ons van alles aan. Later werd het rustiger.

In 1944 verhuisden we naar Jakarta. Mijn ouders gingen scheiden. Mijn vader moest naar het kamp. Ik leerde drummen en zingen van mijn stiefvader. Hij was pianist bij een band. We traden op voor de bezetters. Dat verdiende extra. Als we genoeg hadden, konden we met de fietstaxi naar huis. Anders werd het lopen.

Ik kreeg een vriendinnetje, mijn latere vrouw. Ze was 15 jaar. Ik zei dat ze mijn vrouw was. Anders móést ze in het bordeel werken voor de Japanners! Na de bezetting brak een tijd met veel geweld aan. We hadden geen wapens, niks. Overal waren straatgevechten met scherpe bamboestokken en wapens. Je wist niet welke Indonesiër je nog kon vertrouwen.

Een nieuw leven

Op mijn 20e ging ik bij de KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). In 1951 vertrokken we per ‘baby-boot’ naar Nederland. Mijn vrouw was niet de enige zwangere! De reis duurde een maand. We gingen naar kamp Westerbork, dat helemaal kapot was. Onze zoon Carol werd daar geboren. Nederland was arm na de oorlog. Uiteindelijk kwamen we in Breda terecht. Ik ging bij de Koninklijke Landmacht. Het buitenland bleef trekken. Ik werd uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Voor de VN zat ik in Libanon. Later gaf ik les op de kaderschool van de Chassé kazerne. Ik ben adjudant-onderofficier geworden.”

Het leven nu

Aan tafel zit ook Mevrouw Roubos. Ze kennen elkaar van vroeger en kwamen elkaar bij Raffy weer tegen. Ze zijn nu samen. Haar man was officier bij defensie. Hun echtgenoten overleden in 2011. Nu lunchen ze áltijd aan deze tafel. Gezellig samen en even kletsen met iedereen!

Kijk voor meer informatie op www.bredaseveteranen.nl